werk (in de steigers, slechts tekst, geen afbeeldingen / site under construction, only text, no images)

Maker van misschien wel mooie dingen

WERK

Ben Kersaan kreeg les aan de Academie Minerva van Piet Pijn en Matthijs Röling en schilderde tijdens zijn studie vooral stillevens. Het werk kenmerkte zich door een impressionistisch realisme en viel op door het kleurgevoel en door een relativerende aanpak. Eric Bos noemde het destijds 'een soort anti-realisme' (Nieuwsblad van het Noorden, juni 1984). Er volgen tentoonstellingen met mythische dieren en landschappen, zowel in tekeningen als in schilderijen. De cirkel van leven en dood zijn ook vaak een thema in het werk.

In 1991 is er een verandering in de aard van het werk te zien in zijn voorlopig laatste tentoonstelling 'Tienmaal ademen om deze vleermuis te zijn'. Het gaat Ben om de aandacht voor wat hij tekent, hij wil 'in de huid kruipen' van het voorwerp of het landschap dat hij tekent, 'worden' wat hij tekent. Voor hem is het een benadering zoals bij een koan, het paradoxale raadsel opgegeven door de Rinzai-Zen-Boeddhistische Meester aan diens leerling. Hij geeft dan al een paar jaar cursussen in wat hij 'Kijken-Tekenen' noemt, in Drachten, Akkrum, Beetsterzwaag en Emmeloord.

In 1992 trekt Ben zich terug uit de kunstwereld, er is een weerzin om 'kunstenaar' te zijn en hij gaat werken aan enkele scholen in Emmen. Tekenen en schilderen staan dan op een laag pitje. Maar in 2006 pakt hij de schilderdoos toch weer op. Hij combineert nu het tekenen en schilderen met zijn werk als docent aan een VMBO-school in Emmen. De aandacht voor het kleine en vaak zo onbeduidende, het 'worden wat je tekent' heeft hij in zijn inkttekeningen behouden. Maar hij maakt nu ook een veel groter formaat schilderijen, o.a. van paarden. 'Kunst' en 'origineel' wil hij het niet noemen, hij tekent en schildert 'slechts wat er al is'; 'dat deden onze voorouders ook al, in de grotten van Altamira en Lascaux'. 

In de zomer van 2014 schildert Ben nog steeds landschappen in olieverf, maar uit de grote 'paardenschilderijen' verdwijnt de voorstelling. De aandacht is vooral voor het reliëf, de kleuren en de keramisch-glazuurachtige huid van de acrylverf. De formaten van de schilderijen worden allengs groter, waardoor ze misschien herinneren aan het werk van Mark Rothko. 

In 2016 komt er met het 'Palestina-project' toch weer een voorstelling in het werk. Het project gaat bestaan uit een viertal forse schilderijen met de titel 'Is dat oom Mohammed die daar ligt?', geinspireerd op het verhaal van zijn aangenomen Palestijnse dochter Serah en teruggrijpend op schilderijen van Rubens en Picasso, de Palestijnse dichter Mahmoud Darwesh en de film Schindler's List. Ook heeft Ben gebruik gemaakt van beelden van het internet (YouTube). 

Na de Palestina-schilderijen begint hij aan een serie schilderijen als een monument voor de opstand in Lhasa in 1959 tegen de Chinese bezettiing van Tibet sinds 1950, het daarmee samenhangende doelbewuste laten verdwijnen van de Tibetaanse cultuur en taal en de catastrofale exploitatie van grondstoffen uit de Tibetaanse bodem en de ongeveer 150 zelfverbrandingen die sinds 2009 uit protest plaatsvonden.

In de loop de tijd wordt ook de invloed van het Zen-Boeddhisme meer aanwezig. Eerder was dat in de pentekeningen, maar in de penseelschilderingen worden de lessen en woorden van Kazuaki Tanahashi zichtbaar. Ook het kunst van Tawara Yusaku en de Belgische Frans Dille beinvloeden Ben's werk.